Evalueer je onkruiddruk met focus op knolcyperus
Knolcyperus blijft één van de meest lastige probleem-onkruiden in Vlaanderen. Door zijn sterke vermeerdering via knolletjes, het brede herstelvermogen en de (genotype-gebonden) vermeerdering via zaden vraagt het een succesvolle aanpak en een doordachte, meerjarige strategie.
Percelen met een gekend probleem
Om in maïs nu nog een behandeling uit te voeren via onderbladbespuiting is het te laat. De zomer is wel de periode om je strategie te evalueren en bij te schaven. Op percelen met knolcyperus kan het interessant zijn om een vulkrachtig gewas te telen zoals wintergranen, spruitkool of vezelhennep. Ook maïs met een goede jeugdgroei en stay-green is een optie. In die teelt is het ook nog mogelijk om een succesvolle onkruidbeheersingsstrategie toe te passen. In het LCV-artikel 'Onkruidbeheersing maïs 2026 LCV' wordt de werkwijze verduidelijkt. Het integreren van een periode met zwarte braak in combinatie met zeer frequent schoffelen of tijdelijk grasland kan zeker werken. Zeer frequent kort maaien bij een intensieve uitbating of kort laten afbijten door paarden of schapen werken in de praktijk ook. Een gesloten zode erop nahouden is en blijft evenwel de boodschap. In een uitgebreide presentatie van de wintervergaderingen LCV kan je nog meer info over beheersing knolcyperus raadplegen. Deze presentatie en de brochure 'Geïntegreerde beheersing van knolcyperus' bundelen de nieuwste inzichten rond herkenning, monitoring en beheersingstechnieken. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij mechanische, chemische en teelt-technische maatregelen en hoe die in combinatie kunnen worden ingezet.
Percelen met mogelijks een nieuw probleem
Het is belangrijk om het resultaat van je onkruidbeheersing in verschillende teelten op verschillende velden goed op te volgen. In de zomermaanden kan je nagaan of je onkruidbestrijding geslaagd is. Als er “verdacht” uitziende grassen voorkomen kan je nagaan of je te maken hebt met knolcyperus. Onze Nederlandse collega’s brachten een handige zoekkaart uit die je kan helpen om uit te sluiten of je te maken hebt met knolcyperus of met planten die er goed op lijken. Op de handige zoekkaart staan enkel Europese hanenpoot en glad en harig vingergras vermeld maar op de website van het LCV vinden jullie ook de Onkruidwijzer maïs met een determinatiesleutel om de gierstgrassen te kunnen herkennen.

Foto 1: Knolcyperus kan een mat vormen die het gewas sterk gaat onderdrukken

Foto 2: In de zomer kan je al snel deze bloeiwijze opmerken
Een nieuwe haard met knolcyperus pleksgewijs aanpakken
Als je een nieuwe haard ontdekt kan je de zone gericht bestrijden. Intensief schoffelen en zo de planten uitputten is een mogelijke strategie. Let er steeds op de knolletjes niet verder te verslepen. Frequente elektrocutie kan ook helpen in de uitputtingsstrategie. Dit vergt aangepaste mechanisatie en teeltvrije omstandigheden. Stomen is als niet chemische methode het meest effectief. Het PVL testte met succes een beddenstomer met 40 cm holle pinnen (meer info). In principe kan een volledige afdoding van de knollen bekomen worden door ca. 20 minuten op dezelfde plaats te gaan stomen. De machines zijn nog niet courant beschikbaar. De proeven bij PVL werden uitgevoerd i.s.m. het Nederlands bedrijf Daan Hachmang (daanhachmang.nl). Het plaatselijk chemisch bestrijden met glyfosaat (7-8 bladstadium) is wettelijk gezien niet mogelijk qua dosering. Aan een te lage dosering krijg je bovendien het gevaar dat je de plant aanzet tot meer knolvorming.
Het telen van bol- wortel- en knolgewassen blijft verboden en het wordt steeds belangrijker om het verder goed op te volgen in de mogelijke volggewassen (zie hoger).
Knolcyperus in de beschermingsstroken aanpakken
In de beschermingsstroken is de regel dat er enkel plaatselijk mechanisch kan worden bestreden. Op percelen met een gekende problematiek van knolcyperus geldt een uitzondering. Knolcyperus mag via intensief maaien worden uitgeput, ook in de periode tussen 1 mei en 15 juni. Daarnaast is ook plaatselijk stomen toegestaan. Het is belangrijk om er voor te zorgen dat het bestaand buffergewas niet te hard wordt uitgedund. Anders verliest de beschermingsstrook zijn bufferfunctie.

Foto 3: Vandaag is er een wettelijk kader om ook in de beschermingsstrook knolcyperus aan te pakken
Bedrijfsspecifieke aanpak via de kennisportefeuille
Knolcyperus gericht aanpakken vergt vaak een specifieke aanpak waarvoor persoonlijk advies door experten nuttig is. Vandaag biedt het PVL in Bocholt dit al aan. Ook Inagro en Hogent AgroFoodNature (Proefhoeve Bottelare) bieden dit spoedig aan. Dit advies kan lopen via de kennisportefeuille waarbij je als actieve landbouwer via het e-loket je aanvraag kan doen en tot 70% van de kost van het advies (excl. BTW) terugbetaald krijgt.
Werkten mee aan dit artikel: An Schellekens, Joos Latré, Valérie Claeys, Shana Clerckx, Gert Van de Ven, Danny Callens en Michelle Thys
Alles over knolcyperus en bestrijding: Brochure “Geïntegreerde beheersing van knolcyperus”
Gerelateerd
- Ruwvoerwinning: Omgaan met droogte
- Vraag/Antwoord: Witte klaver in grasklaver
- Vraag/Antwoord: Kuiladditieven voor gras
- Vraag/Antwoord: Boterzuur in graskuil