Onze Holsteinkoeien worden eigenlijk te groot voor de ligboxen van onze oude stal. In plaats van investeren in nieuwe, aangepaste ligboxen overwegen we over te schakelen op Jersey koeien. Wat is de verwachte impact op onze technische resultaten en zijn er andere zaken om rekening mee te houden?
In Vlaanderen kiest het overgrote deel van de melkveehouders voor Holstein koeien. Toch zijn er regio’s in de wereld waar Jersey koeien een stuk populairder zijn. De verschillen tussen de rassen zijn voer voor discussie. Hun lagere productie kan een nadeel zijn in tijden van hoge melkprijzen, terwijl hun lagere koolstofvoetafdruk als voordeel gezien wordt. Afhankelijk van de markt- en bedrijfssituatie kan de keuze voor Jersey koeien dus te overwegen zijn.
Een recente meta-analyse bundelt resultaten uit 30 wetenschappelijke onderzoeken waarin Jersey koeien vergeleken worden met Holstein koeien onder vergelijkbare omstandigheden. De combinatie van deze gegevens geeft een goed beeld van de verschillen in voeropname, melkproductie, voerefficiëntie en stikstofbenutting. Dat maakt het mogelijk om gefundeerde keuzes te maken op bedrijfsniveau.

Productieverschillen: volume en gehaltes
De resultaten uit de analyse bevestigen het klassieke beeld: Jersey koeien produceren duidelijk minder melk dan Holstein koeien. Gemiddeld ligt de melkproductie bij Jerseys ruim 10 kg per dag lager (21,1 kg/dag vs. 31,8 kg/dag, Tabel 1). Daartegenover staat dat Jerseys aanzienlijk hogere gehaltes in de melk hebben. Zowel vet- als eiwitgehaltes liggen duidelijk hoger (respectievelijk 53,3 vs. 37,2 g/kg en 39,2 vs. 32,5 g/kg). Jerseys koeien produceren dus dikkere melk die ook een hogere melkprijs zal opleveren. Afhankelijk van de afzetmarkt en wijze waarop de melkprijs bepaald wordt kan dit dus een relatief voordeel vormen. De lagere totale productie kan daarentegen aanleiding geven tot lagere volumetoeslag.
Tabel 1. Vergelijking productiecijfers Jersey vs. Holstein (meta-analyse)
Jersey (J) | Holstein (H) | J/H (%) | |
Melkproductie (kg/dag) | 21,1 | 31,8 | 66 |
FPCM (kg/dag) | 25,12 | 30,64 | 82 |
Vetgehalte (g/kg) | 53,3 | 37,2 | 143 |
Vetproductie (g/dag) | 1.084 | 1.161 | 93 |
Eiwitgehalte (g/kg) | 39,2 | 32,5 | 121 |
Eiwitproductie (g/dag) | 824 | 1.038 | 79 |
Lactosegehalte (g/kg) | 47,5 | 48,5 | 98 |
Lichaamsgewicht (kg) | 440 | 617 | 71 |
Voeropname (kg DS/dag) | 16,8 | 21 | 80 |
Voederefficiëntie (FPCM/DSO) | 1,50 | 1,46 | 102,5 |
De productieverschillen in Tabel 1 zijn het resultaat van onderzoek gevoerd tussen 1978 en 2023 (mediaan 2008) en dus niet per se een weergave van de actuele verschillen tussen Jersey en Holstein koeien. Aangezien melkkoeien en management blijvend evolueren kunnen ook de verschillen tussen de rassen geëvolueerd zijn. In een recent onderzoek op enkele praktijkbedrijven in Michigan (USA) lag de gemiddelde melkproductie een stuk hoger dan de waarden in de meta-analyse: Jersey koeien produceerden gemiddeld 27,0 kg/dag (+ 21,9 %) met 4,92 % vet en 3,72 % eiwit en Holstien koeien gemiddeld 37,0 kg/dag (+ 14,1 %) met 3,85 % vet en 3,17 % eiwit (Tabel 2). De stijging in productie (totale productie) lijkt bij Jersey koeien dus sneller te gaan dan bij Holstien koeien. De verschillen in gehaltes worden echter kleiner.
Tabel 2. Vergelijking productiecijfers Jersey vs. Holstein (praktijkbedrijven Michigan)
Jersey (J) | Holstein (H) | J/H (%) | |
Melkproductie (kg/dag) | 27 | 37 | 73 |
FPCM (kg/dag) | 30,53 | 36,03 | 85 |
Vetgehalte (g/kg) | 49,2 | 38,5 | 128 |
Vetproductie (g/dag) | 1328 | 1425 | 93 |
Eiwitgehalte (g/kg) | 37,2 | 31,7 | 117 |
Eiwitproductie (g/dag) | 1004 | 1173 | 86 |
Voederopname en voederefficiëntie
Jersey koeien eten minder dan Holstein koeien. Gemiddeld bleek hun opname met 16,8 kg DS/dag zo’n 20 % lager te liggen dan de opname van Holstein koeien (21,0 kg DS/dag). Ten opzichte van het lichaamsgewicht eten Jerseys evenwel meer. Ze herkauwen langer waardoor het voeder sterker verkleind wordt en zo sneller doorheen het verteringsstelsel kan passeren. Samen met de hogere gehaltes levert dit uiteindelijk een voederefficiëntie van 1,50 kg FPCM/kg DS voor Jerseys en 1,46 kg FPCM/kg DS voor Holsteins. Uitgesplitst in vet en eiwit levert een kg voeder (DS) bij Jerseys 64,5 g melkvet en 49,1 g melkeiwit op (Holstein: 55,3 g vet en 49,4 g eiwit). Jerseys zetten voer dus iets efficiënter om in melk wanneer rekening wordt gehouden met de samenstelling van die melk.
De lagere voederopname van Jerseys kan de afhankelijkheid van aangekocht voeder reduceren of vermijden, maar leidt wel tot een lagere totale productie. Jerseys nemen evenwel relatief meer voer op en produceren meer melk per kg lichaamsgewicht. Dit wijst op een efficiënte benutting van hun kleinere lichaam. Voor bedrijven waar ruimte, voer of milieudruk een rol spelen, kan dit een belangrijk voordeel zijn. Toch zal vooral de lagere totale melkproductie per koe of bedrijf een impact hebben op de rendabiliteit. De lagere kosten zullen niet snel compenseren voor de lagere opbrengsten.
Stikstofefficiëntie en milieu
Er zijn geen significante verschillen in stikstofefficiëntie (de omzetting van opgenomen stikstof naar melkstikstof) tussen Jerseys en Holsteins. Factoren zoals rantsoensamenstelling, management en voederstrategie blijken hier meer bepalend. Jerseys hebben door hun lagere voeropname en kleinere omvang mogelijk een lagere ecologische voetafdruk per kg melk, maar dit hangt sterk af van het productiesysteem.
De verschillen tussen beide rassen worden in belangrijke mate ook beïnvloed door de samenstelling van het rantsoen en het management. Jerseys blijken beter in staat energie uit vezelrijke voeders (meer NDF) te halen dan Holstein koeien. Toch toont het onderzoek aan dat bij uiteenlopende verhoudingen kuilmaïs en luzerne/grasklaver geen van beide rassen een overheersend voordeel heeft. Daarnaast speelt ook het lactatiestadium een rol. Naarmate de lactatie vordert, worden verschillen in melkproductie kleiner en komen Jerseys relatief beter uit de verf.
Economische verschillen
Jersey koeien hebben een duidelijk kostenvoordeel. Ze nemen minder voer op, zijn efficiënter (kg FPCM/kg DS) en hebben lagere kosten voor mestverwerking en opfok. Toch zijn de lagere kosten doorgaans onvoldoende om het verlies aan opbrengsten te compenseren. Ook de verschillen in gezondheid en vruchtbaarheid zijn beperkt en hebben weinig impact op de totale rendabiliteit. Het economische verschil loopt al snel op en wordt voornamelijk bepaald door melkopbrengst en voederkosten.
De hogere rendabiliteit van Holsteins is vooral te verklaren door hun grotere melkproductie. Hoewel Jerseykoeien melk produceren met hogere vet- en eiwitpercentages, produceren Holsteins in absolute hoeveelheid meer vet en eiwit. Omdat de melkopbrengst doorgaans bepaald wordt door de geleverde hoeveelheden vet en eiwit (en soms ook lactose), resulteert dit in aanzienlijk hogere opbrengsten voor Holsteins. Het grootste opbrengstverschil is hieraan toe te schrijven. Daarbovenop zullen ook de vleesopbrengsten, die momenteel historisch hoog zijn, bij Holsteins hoger liggen. Afhankelijk van de omstandigheden kan het verschil jaarlijks oplopen tot meer dan 500 euro bruto saldo per koe.
De vaste kosten per koe kunnen bij Holstein koeien hoger liggen dan bij Jerseys. Hun grotere lichaam vraagt immers meer plaats waardoor op eenzelfde staloppervlakte mogelijk minder dieren kunnen gehouden worden. Deze verschillen zijn bedrijfsspecifiek en vaak slechts te beïnvloeden bij de bouw van een nieuwe stal.
Conclusie
In de Vlaamse context blijft Holstein doorgaans de meest rendabele keuze per koe, maar door hogere voederkosten en ruimtelijke/wetgevende beperkingen kan Jersey in specifieke bedrijfssituaties een competitief alternatief zijn. Holstein koeien passen beter bij streven naar een maximale melkproductie, intensieve productiesystemen, een uitbetaling per kg vet en eiwit en in bestaande infrastructuur. Jerseys passen beter bij een focus op gehaltes, een betere efficiëntie, een duurzamer productiesysteem of als voerkosten heel hoog zijn. In heel specifieke omstandigheden van het bedrijf, de markt of de regelgeving kunnen de voordelen van Jerseys dus de nadelen overtreffen. Toch zal vooral de productiekloof met Holstein verder moeten gedicht worden om Jerseys op economisch vlak interessanter te maken.
Gerelateerd
- Vraag/Antwoord: Voor- en nadelen van een vaarzengroep
- Vraag/Antwoord: Driemaal daags melken
- Vraag/Antwoord: Droogzetten in de praktijk
- Vraag/antwoord: Duurmelken in de praktijk
- Vraag/Antwoord: Efficiëntie voorkoeler
Bronnen
1 A meta-analysis and meta-regression to compare the production performance, feed efficiency, and milk N efficiency in Jersey versus Holstein cows. K. V. Almeida, J. P. Sacramento, D. C. Reyes, A. S. Oliveira, R. Martineau en A. F. Brito. Journal of Dairy Science, online 17 March 2026
2 Analysis of Jersey versus Holstein breed profitability on north central US dairies. Lynn A. Olthof, Joseph J. Domecq, and Barry J. Bradford. JDS Communications 2023; 4: 344–348
3 Milk production and fertility performance of Holstein, Friesian, and Jersey purebred cows and their respective crosses in seasonal-calving commercial farms. E.L. Coffey, B. Horan, R.D. Evans, D.P. Berry. Journal of Dairy Science, Volume 99, Issue 7, July 2016, Pages 5681-5689
4 Reproductive traits of Holsteins and Jerseys. Effects of age, milk yield, and clinical abnormalities on involution of cervix and uterus, ovulation, estrous cycles, detection of estrus, conception rate, and days open. F.A. Fonseca, J.H. Britt, B.T. McDaniel, J.C. Wilk, A.H. Rakes. Journal of Dairy Science. Volume 66, Issue 5, May 1983, Pages 1128-1147