RUNDVEELOKET

Vraag

De huidige en toekomstige regelgeving voor koelgassen is mij niet duidelijk. Hoe lang mogen bestaande koelmiddelen nog gebruikt worden? Mag een koeltank met “oude” koelmiddelen die lekt nog hersteld worden? Welke koelmiddelen mag je momenteel en in de toekomst nog aanschaffen?

Antwoord
Kort antwoord

Melkkoeltanks bevatten fluorkoolwaterstoffen (HFK’s). Deze gassen hebben een zeer hoog aardwarmingspotentieel (Global Warming Potential of GWP) en versterken dus de opwarming van de aarde. Om de uitstoot in de atmosfeer te verminderen werden de regels voor het gebruik van dergelijke gassen aangescherpt:

  • Sinds 2015 mogen koelinstallaties met koelgas R22 niet meer bijgevuld worden. Bij een lek dient dus van koelgas gewisseld (vaak niet evident, soms zelfs onmogelijk) of een nieuwe koelinstallatie geïnstalleerd te worden. 
  • Sinds 1 januari 2025 geldt voor koelmiddelen met een GWP-waarde van 2.500 of meer een verbod op het bijvullen met nieuw geproduceerd gas voor alle bestaande koelinstallaties. Bijvullen kan wel nog met gerecycleerd en geregenereerd gas. Vanaf 2030 geldt dit verbod echter ook voor gerecycleerde en geregenereerde koelgassen.
  • Vanaf 1 januari 2032 mogen geen nieuw geproduceerde F-gassen met een GWP-waarde van 750 of meer nog bijgevuld worden aan bestaande systemen.

In Vlaanderen bevatten de melkkoeltanks in dalende volgorde van belang vooral R404A (36 %, GWP 3.922), R449A (14 %, GWP 1.397), R422D (12 %, 2.729), R22 (11 %, GWP 1.810) en R134A (4 %, 1.430). Een deel van de installaties (GWP koelgas > 2.500) mag momenteel dus enkel nog bijgevuld worden met gerecycleerde en geregenereerde koelmiddelen. Voor koelgas R22 geldt bovendien al sinds 2015 een verbod op bijvullen van de koelinstallatie met R22. Houd er rekening mee dat wisselen van koelgas niet evident of zelfs onmogelijk kan zijn en een nieuwe koelinstallatie dan de enige oplossing is. Afhankelijk van de optie kan dit veel tijd in beslag nemen. Bespreek dit dus tijdig met je koeltechnicus zodat je niet voor voldongen feiten komt te staan! 

Naast algemene verplichtingen zoals onder meer het bijhouden van een instructiekaart en een logboek, moet elke installatie ook regelmatig een lekdichtheidscontrole ondergaan door een erkend technicus. De frequentie van deze controle wordt bepaald door het type koelgas en de hoeveelheid die in de installatie aanwezig is.


Uitgebreid antwoord

Op 11 maart 2024 trad de nieuwe EU-verordening rond F-gassen in werking. Met deze nieuwe verordening worden verstrengde regels rond het gebruik van F-gassen en het op de markt brengen van apparatuur die F-gassen bevatten ingevoerd. Zo geldt sinds 1 januari 2025 een verbod op het bijvullen van bestaande koelinstallaties met nieuw geproduceerde koelmiddelen met een GWP-waarde van 2.500 of meer. Vanaf 2030 geldt dit ook voor gerecycleerde en geregenereerde koelmiddelen met een GWP-waarde van 2.500 of meer. Voor koelgas R22 geldt een algemeen verbod op bijvullen van bestaande koelinstallaties al sinds 2015. Bij een lek is vervangen met een ander koelmiddel of een nieuwe koelinstallatie dan de enige oplossing.

Wat zijn F-gassen?

F-gassen of gefluoreerde broeikasgassen omvatten verschillende soorten gassen: HFK’s (fluorkoolwaterstoffen), PFK’s (perfluorkoolwaterstoffen) en SF6 (zwafelhexafluoride). Het zijn de HFK’s die gebruikt worden als koelmiddel in koeltoepassingen en airconditioning.

F-gassen hebben een zeer hoog aardwarmingspotentieel (Global Warming Potential of GWP) en versterken dus de opwarming van de aarde. Tabel 1 toont de GWP-waardes van de belangrijkste F-gassen in vergelijking met deze van de beter bekende broeikasgassen CO2, methaan en lachgas. Zo bijvoorbeeld heeft het vaak gebruikte F-gas ‘R404A’ een aardwarmingspotentieel van 3.922. Eén kg R404A in de atmosfeer warmt de aarde dus evenveel op als 3.922 kg CO2!

Tabel 1. GWP-waarde van de belangrijkste broeikasgassen en F-gassen (in CO2-equivalent)

Broeikasgassen

GWP-waarde

 

F-gassen

GWP-waarde

 

F-gassen

GWP-waarde

CO2

1

 

R410A

2.088

 

HFK-227ea

3.220

CH4 (methaan)

25

 

R404A

3.922

 

HFK-32

675

N20 (lachgas)

298

 

R507

3.985

 

SF6

22.800

     

HFK-125

3.500

 

C4F10

8.860

     

HFK-134a

1.430

 

C6F10

9.300

     

HFK-143a

4.470

 

CF4

7.390

     

HFK-152a

124

     

Omwille van hun zeer hoge GWP-waarde worden er maatregelen uitgewerkt die de uitstoot van deze broeikasgassen moet beperken en vermijden. Het beleid is gericht op:

  • Het verhogen van de lekdichtheid van de toepassingen waarin ze worden gebruikt.
  • Het verbieden of ontmoedigen van het gebruik van dergelijke gassen en milieuvriendelijke alternatieven stimuleren.

F-gassen in de melkveehouderij

Veel melkkoeltanks bevatten F-gassen. Hoewel de installaties vaak klein zijn vallen ze toch onder de huidige, strengere regelgeving. In Vlaanderen bevatten de melkkoeltanks in dalende volgorde van belang vooral R404A (36 %, GWP 3.922), R449A (14 %, GWP 1.397), R422D (12 %, 2.729), R22 (11 %, GWP 1.810) en R134A (4 %, 1.430).

Installaties met koelgas met GWP-waarde boven 2.500 mogen momenteel niet meer bijgevuld worden met dit nieuw geproduceerd koelgas. Vanaf 2030 ook niet meer met gerecycleerde en geregenereerde koelmiddelen. Voor heel wat koeltanks valt de totale GWP-waarde (hoeveelheid gas vermenigvuldigd met GWP-waarde van het gas) tussen de 5 en 50 ton CO2-equivalent valt (zie tabel hieronder). Deze moeten jaarlijks een lekdichtheidscontrole ondergaan. Voor een aantal koeltanks (met o.a. R404A en R449A als koelgas) komt de totale GWP-waarde boven de 50 ton CO2-equivalent uit. Deze moeten 2 keer per jaar een lekdichtheidscontrole ondergaan.

Ga dus zeker na welk F-gas in jouw melkkoeltank zit en bereken de totale GWP-waarde van je installatie. Dit doe je door de inhoud aan koelgas (uitgedrukt in kg) te vermenigvuldigen met de GWP-waarde van het koelgas (zie tabel) en tot slot te delen door 1.000. Dit levert je de GWP-waarde uitgedrukt in ton CO2-equivalent. Welke voorwaarden hiermee gepaard gaan, lees je in de alinea’s hieronder. Bespreek tijdig met je koeltechnicus wat de opties zijn voor jouw koelinstallatie in het geval bijvullen met het huidige koelgas niet meer mogelijk is! 


Koelinstallaties met ozonlaag afbrekende stoffen en F-gassen

Regelgeving voor alle installaties

Voor ozonlaag afbrekende stoffen en F-gassen is bijkomende reglementering voorzien om lekverliezen van deze stoffen te beperken:

  • De exploitant moet een attest ter beschikking houden waaruit blijkt dat de installatie de nodige drukbeproevingen heeft ondergaan. Uitzonderingen gelden voor bepaalde (kleinere) installaties.
  • Beschikken over facturen voor al het aangekochte koelgas en een instructiekaart met o.a. contactgegevens, koelmiddel en toelaatbare werkdrukken. 
  • Enkel een erkende koeltechnicus mag werkzaamheden uitvoeren aan stationaire koelinstallaties. Het gaat om de installatie, het onderhoud, de reparatie, de buitendienststelling, de controles op lekkages en de terugwinning van de koelmiddelen.
  • Sinds 1 januari 2025 geldt een verbod op het bijvullen met nieuw geproduceerde koelmiddelen met een GWP-waarde van 2.500 of meer voor alle bestaande koelinstallaties. Bijvullen kan wel nog met gerecycleerde en geregenereerde koelmiddelen. Vanaf 2030 geldt dit verbod echter ook voor gerecycleerde en geregenereerde koelmiddelen met een GWP-waarde van 2.500 of meer.
  • Vanaf 1 januari 2032 mogen geen nieuw geproduceerde F-gassen met een GWP-waarde van 750 of meer nog bijgevuld worden aan bestaande systemen.

Regelgeving voor installaties met GWP-waarde ≥ 5 ton CO2-equivalent

Voor koelinstallaties die 5 ton CO2-eq of meer aan F-gassen bevatten (of meer dan 3 kg ozon-afbrekende stoffen), gelden strengere voorwaarden:

  1. Lekdichtheidscontroles in functie van hoeveelheid F-gas en GWP-waarde, uitgedrukt in ton CO2-equivalent (zie Tabel 2).
    • ≥ 5 ton CO2-eq: 1 x per jaar
    • ≥ 50 ton CO2-eq: 2 x per jaar
    • ≥ 500 ton CO2-eq: 4 x per jaar
  2. Het relatief lekverlies mag maximaal 5% per jaar bedragen. Het relatief lekverlies wordt na elk bijvullen aan een koelinstallatie berekend en genoteerd in het logboek.
  3. Na vaststelling van een lek moeten dit binnen de veertien dagen opgespoord en gedicht worden. Nieuw koelmiddel mag pas worden bijgevuld nadat het defect is verholpen en een controle op lekdichtheid is uitgevoerd. Een bijkomende controle op lekdichtheid moet binnen de maand na de herstelling uitgevoerd worden.
  4. Als het relatief lekverlies gedurende twee opeenvolgende kalenderjaren meer dan 10% bedraagt, moet dit binnen de veertien dagen schriftelijk gemeld worden aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving. Ook wordt de installatie binnen de twaalf maanden na vaststelling buiten bedrijf gesteld.

Tabel 2. Hoeveelheid koelmiddel corresponderend met drempelwaarden (in kg)*

   

Drempelwaarden in CO2-eq

   

5

50

500

Koelmiddel

GWP

Hoeveelheid koelmiddel in kg

R134a

1.430

3,5

35

349,7

R22

1.810

2,8

27,6

276

R23

14.800

0,3

3,4

33,8

R32

675

7,4

74,1

740,7

R404A

3.922

1,3

12,7

127,5

R407A

2.107

2,4

23,7

237,3

R407C

1.774

2,8

28,2

281,8

R407F

1.825

2,7

27,4

274

R410A

2.088

2,4

23,9

239,5

R413A

2.053

2,4

24,4

243,5

R417A

2.346

2,1

21,3

213,1

R422A

3.143

1,6

15,9

159,1

R422D

2.729

1,8

18,3

183,2

R427A

2.138

2,3

23,4

233,9

R428A

3.607

1,4

13,9

138,6

R434A

3.246

1,5

15,4

154

R438A

2.265

2,2

22,1

220,8

R448A

1.387

3,6

36

360

R449A

1.397

3,6

35,8

357,9

R507A

3.985

1,3

12,5

125,5

R508B

13.214

0,4

3,8

37,8

* In het vet: vaak gebruikte F-gassen in melkkoeltanks

Documentatie

De koelinstallatie, de werking ervan, de lekdichtheidscontroles en het verbruik aan koelmiddelen moeten worden gedocumenteerd.
De belangrijkste documentatie bestaat uit:

Deze vermeldt ten minste:

  • Indien van toepassing, de naam, het adres en het telefoonnummer van de installateur en van de onderhoudsdienst
  • Het type koelmiddel dat wordt gebruikt
  • De maximaal toelaatbare werkdrukken (hoge- en lagedrukzijde)
  • Instructies over de wijze waarop een koelsysteem in of buiten bedrijf kan worden gesteld
  • Instructies over de wijze waarop het koelsysteem in geval van nood buiten werking kan worden gesteld + gegevens over exploitant, koelmiddel en werking van de koelinstallatie.

Het installatie-gebonden logboek dient in de nabijheid van de koelinstallatie of digitaal bijgehouden te worden. In het logboek wordt, onder vermelding van datum, ten minste volgende zaken bijgehouden:

  • Datum van ingebruikname van de koelinstallatie met vermelding van type koelmiddel en de nominale koelmiddelinhoud. Indien de installatie F-gassen als koelmiddel bevat, wordt de nominale koelmiddelinhoud zowel in metrische eenheid als in ton CO2-equivalent uitgedrukt. Als bij de installatie gerecycleerde of geregenereerde F-gassen gebruikt worden, moet dit vermeld worden in het logboek met de naam en het adres van het recyclage- of regeneratiebedrijf.
  • De aard van controle-, onderhouds-, herstel- en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht.
  • Alle storingen en alarmeringen met betrekking tot de koelinstallatie die mogelijk aanleiding kunnen geven tot lekverliezen.
  • De hoeveelheid koelmiddel die aan een koelinstallatie wordt toegevoegd en het relatief lekverlies na elk bijvullen.
  • De hoeveelheid koelmiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt en de hoeveelheid koelmiddel die is afgevoerd, met vermelding van datum, vervoerder en bestemming.
  • Een beschrijving en de resultaten van de lekdichtheidscontroles.
  • Significante periodes van buitenbedrijfstelling.
  • Als de installatie buiten dienst is gesteld: de maatregelen die genomen zijn om het koelmiddel terug te winnen en te verwijderen.
  • De voor- en familienaam en, indien van toepassing, het certificaatnummer van de persoon die bovenstaande handelingen uitvoerde. Indien van toepassing, de naam en het certificaatnummer van de onderneming waarbij de persoon in dienst is.
  • Indien van toepassing, een attest afgegeven in kader van bovenstaande handelingen.

Ook moet de exploitant, om controle over de toegevoegde en afgetapte koelmiddelen mogelijk te maken, de volgende documenten ter beschikking houden:

  • De facturen van de aangekochte hoeveelheden koelmiddelen.
  • Het hierboven genoemde logboek.


Meer info R22: Visiedocument - Ombouw R22 installaties (Nederlandse Vereniging van ondernemingen op het gebied van de Koudetechniek en Luchtbehandeling)


Gerelateerd

 

Nog vragen?

 

Bronnen

Regelgeving inzake het gebruik van F-gassen. Vlaams Energie- en Klimaatagentschap

 

Versie:
1
Onderwerp:
Koelgassen (F-gassen) in melkkoeltanks
Datum:
15-01-2026