RUNDVEELOKET

Vraag

Ik plan een nieuwe 6-rijige melkveestal te bouwen van 40 m breed. De stal staat perfect: met de lange kant naar het zuidwesten en beide zijwanden worden van netten voorzien voor dwarsventilatie. Welk type nok kiezen we best en waar dienen we rekening mee te houden?

Antwoord

Je stal staat perfect met de lange zijde van de stal loodrecht op het zuidwesten. Dat is de beste plaatsing om in de stal een homogene luchtverdeling te krijgen via de zijwand: de lucht komt de stal binnen langs de ene zijwand en verlaat de stal langs de andere (dwarsventilatie).

Oversteeknok

Figuur 1: Oversteeknok

Een open nok dient uitsluitend als uitlaat en zal voornamelijk de lichte gassen (zoals ammoniak) afvoeren. Een nok zoals deze uitgevoerd is in figuur 1, zal redelijk goed functioneren als de wind uit het zuidwesten (ZW) komt. Komt de wind uit een andere richting, dan zal de nok minder goed functioneren. In tabel 1 zie je hoeveel procent van de tijd de wind uit iedere windrichting komt en wat de gemiddelde windsnelheid per windrichting is. In België komt de wind slechts in 12,5 % van de tijd uit het zuidwesten. Tellen we daar nog zuidzuidwest (ZZW) en westzuidwest (WZW) bij op, komen we op 32,5 % van de tijd. Hoewel de windsnelheid uit deze windrichtingen gemiddeld het hoogst is, betekent dit ook dat de wind, meer dan twee derde van de tijd, niet uit de goede richting komt. Op deze momenten zal er aan deze nok weinig of geen onderdruk gecreëerd worden om de vuile stallucht weg te zuigen. Als de wind uit het noordoosten (NO), noordnoordoosten (NNO) of oostnoordoosten (ONO) komt, werkt deze nok zelfs omgekeerd en zal de wind in de stal inslaan. Bij rookproeven zal je op zo’n moment vaststellen dat de rook niet naar boven wegtrekt.

Tabel windrichtingen België

Tabel 1: Waar komt de wind in België vandaan?

Voor nokken is ons advies steeds hetzelfde, namelijk een eenvoudige open nok zoals hieronder voorgesteld (figuur 2). Door de schuine plaatsing van verticale opzetstukken van 30 – 35 cm creëer je een venturi-effect. Als er wind over de schuine opzetstukken van de nokopening waait, wordt de lucht naar omhoog gevoerd en ontstaat een onderdruk in de trechtervorm. Hierdoor wordt de vuile lucht uit de stal naar buiten gezogen. Doordat de opzetstukken langs beide kanten van de nokopening gemonteerd zijn, speelt de richting van waaruit de wind komt een veel kleinere rol. Ook als het windstil is zal de vuile en warmere lucht in de stal opstijgen en ongehinderd door de open nok naar buiten stromen.

Eenvoudige open nok

Figuur 2: Eenvoudige open nok met venturi-effect

De netto opening van de trechtervorm moet, zowel onderaan als bovenaan, 12 – 15 cm zijn (zie figuur 2). De golfplaten mogen aan de binnenkant iets doorsteken, bijvoorbeeld 5 cm, om zo ook schuine regeninval nog op te vangen. Let er op dat de netto opening steeds 12 – 15 cm blijft en er onderaan geen vernauwing wordt gecreëerd!

Vroeger werd geadviseerd om een open nok te voorzien van 1 cm per meter stalbreedte. Bij de hedendaagse brede stallen betekent dit dat de open nok overkoepeld zou moeten worden omdat hij te breed wordt. Dit kost extra geld en geeft opnieuw problemen met de ventilatie (figuur 3). Bij een brede nok en enkel als het nodig is om regeninval op te vangen, kan een goot onder de nok geplaatst worden. De goot dient dan ook laag genoeg geplaatst te worden zodat een opening van 15 – 20 cm vrij blijft tussen de onderkant van de nok en de bovenkant van de goot om de luchtstroom niet te hinderen.

De onderzoeksstal op het ILVO in Melle met een breedte van 38 meter heeft de nokuitvoering uit figuur 2 (15 cm opening). Metingen van de luchtsnelheid aan de nok toonden steeds een uitgaande luchtstroom aan, bij gelijk welke windrichting. Het onderdrukeffect van de nok werkt dus bij eender welke windrichting.

Koepelnok

Figuur 3: Koepel op brede nok verhindert de ventilatie

 

Versie:
1
Onderwerp:
Open nok in een melkveestal
Datum:
09-07-2019